|
|
 |
Experimentenwet Bedrijven Investerings Zones

Gezamenlijke aanpak en beheer van bedrijventerreinen.
1. Kwaliteit van bedrijventerreinen.
Ondernemers en gemeenten hebben een gezamenlijk belang bij een goede kwaliteit van bedrijventerreinen en bij een goed beheer. Bij bestaande, vooral oudere terreinen laat de kwaliteit van terreinen vaak te wensen over. Als gevolg hiervan trekken de “betere” bedrijven naar nieuwe terreinen en raken de oudere terreinen in een negatieve spiraal. Leegstand, criminaliteit en illegale activiteiten beïnvloeden deze terreinen negatief. Als deze ontwikkeling geen halt wordt toegeroepen heeft dit vergaande consequenties voor bedrijven en voor gemeenten. Voor bedrijven betekent dit onder meer waardevermindering van onroerend goed; voor gemeenten dat uiteindelijk vanwege ruimte-overwegingen in de verpauperde bedrijventerreinen grote investeringen moeten worden gedaan. Ook voor jongere bedrijventerreinen is een goed beheer noodzakelijk voor behoud en versterking van de aantrekkelijkheid.

2. Samenwerking.
Door samenwerking tussen bedrijven en door samenwerking tussen bedrijven en gemeente kan voorkomen worden dat een terrein minder aantrekkelijk wordt. Gezamenlijk kunnen afspraken worden gemaakt over inrichting, beheer en het voorzieningenniveau. Die samenwerking komt op veel plaatsen van de grond. Steeds meer ondernemersverenigingen worden opgericht. Een goede ontwikkeling. Echter het draagvlak voor die samenwerking is in veel gevallen nog onvoldoende. Dikwijls is het niet meer dan 30 tot 50% van de bedrijven dat deelneemt. Dat betekent ook dat slechts 30 tot 50% van de bedrijven de kosten van de in samenwerking te ondernemen initiatieven voor hun rekening nemen. De rest van de bedrijven, de zogenaamde freeriders, lift mee; deze bedrijven denken toch wel van de collectieve maatregelen (bv. beveiliging) te kunnen profiteren.

3. Nut en noodzaak van samenwerking.
Wat nut en noodzaak van samenwerking is hangt in sterke mate af van de plaatselijke situatie. Voor verouderde bedrijventerreinen zijn het veelal verkeersknelpunten en parkeerproblemen, dan wel het gemis van een moderne ICT-infrastructuur (glasvezel). Ook de groenstructuur en beheer en onderhoud van de openbare ruimte, verlichting, zwerfafval zijn dikwijls punten van zorg. Voor steeds meer terreinen ontstaat de behoefte aan collectieve beveiligingsmaatregelen of verhoging van het rendement daarvan. Bij dit alles geldt dat bedrijven en gemeente ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Zo blijft de gemeente verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Echter door samenwerking met een ondernemersvereniging kan die taak beter op de behoeften van bedrijven worden afgestemd.

4. Instrument voor eerlijke verdeling van de kosten.
Naar verwachting zal in het eerste kwartaal van 2009 de wet BIZ (Bedrijven Investerings Zones) door de Eerste Kamer worden bekrachtigd. Daarmee ontstaat een instrument om de kosten die voortvloeien uit een collectieve aanpak eerlijk over alle belanghebbenden (lees alle bedrijven) te spreiden. Het gaat daarbij om de kosten die voortvloeien uit activiteiten waarvoor bedrijven verantwoordelijk zijn. Worden de kosten thans toegerekend aan de leden van ondernemersverenigingen (dikwijls slechts 30 tot 50%), in de nieuwe situatie worden die kosten toegerekend aan alle bedrijven (100%). Dit laat de reguliere kosten van gemeente voor haar taken met betrekking tot de openbare ruimte onverlet. Hierbij wordt overigens wel aangetekend, dat de budgetten waarover ondernemersverenigingen thans beschikken veelal onvoldoende zijn.

5. Eisen ten aanzien van BIZ.
De heffing op grond van de BIZ kan alleen door de gemeente (lees gemeenteraad) – bij voldoende draagvlak van drijven - worden ingevoerd. De gemeente stelt de verordening vast en voert ten behoeve daarvan een draagvlakonderzoek uit. De gemeente keert de inkomsten van de regeling als subsidie uit aan de ondernemersvereniging. Naar verwachting zal de nieuwe wettelijke regeling per 1 april 2009 ingaan. Vanaf dat moment kunnen bedrijven en gemeenten aan de slag. Het initiatief behoort aan bedrijven. Bedrijven kunnen de gemeente verzoeken het initiatief voor invoering van BIZ te nemen.
De ondernemersvereniging of – stichting besteedt de middelen op basis van een uitvoeringsprogramma en legt daarover verantwoording af (aan bedrijven en aan gemeente).

6. Is BIZ een koekje van eigen deeg?
Met deze nieuwe heffingsregeling worden de bedrijven op een terrein collectief aangeslagen. Dus een koekje van eigen deeg. Echter de bedrijven bepalen in feite gezamenlijk de hoogte van de heffing, afgestemd op door bedrijven vastgesteld nut en noodzaak daarvan. Ondernemers op bedrijventerreinen die weinig wensen hebben betalen in dat geval minder; ondernemers op bedrijventerreinen die hoge eisen stellen betalen daarvoor meer. Groot voordeel is echter dat ieder bedrijf betaalt en dat geen sprake meer kan zijn van zogenaamde “freeriders”.

7. Wat wordt van gemeenten verwacht?
7.1 Oriëntatie
De gemeente zal zich moeten oriënteren of en op welke wijze van dit nieuwe instrument gebruik wordt gemaakt, een en ander in nauw overleg met bedrijven, al dan niet samenwerkend in ondernemersverenigingen. In die oriëntatie komen aan de orde:
- knelpunten in inrichting en beheer van bedrijventerreinen
- wensen en behoeften van ondernemersverenigingen dan wel individuele ondernemers
- draagvlak
- ambities van gemeente
- organisatiegraad van bedrijven
- behoefte aan en beschikbaarheid van financiële middelen waarvoor de verantwoordelijkheid bij ondernemers ligt dan wel bij gemeente. Hierbij worden ook betrokken subsidiemogelijkheden van provincie, SenterNovem, Rijk, intermediaire organisaties (REAP, KvK), fondsen van de gemeente en lokale fondsen (bv. RABO-bank).

7.2 Beginsel-uitspraak
Op basis van de oriëntatie moeten ondernemersvereniging en gemeente een beginsel-uitspraak doen over het al dan niet gebruik maken van de mogelijkheden die de wet BIZ geeft. Dit kan in de vorm van een convenant met draaiboek.

7.3 Implementatie
Indien bedrijven, al dan niet vertegenwoordigd door ondernemersvereniging(en) in samenwerking met de gemeente hebben gekozen de weg BIZ te volgen dan moeten de volgende zaken worden voorbereid:
- bepalen gebied waarvoor BIZ zal worden ingevoerd cq. meerwaarde heeft
- op basis van wensen en ambities voorbereiden van een uitvoeringsprogramma met kostenplaatje als basis voor de heffing
- doen van een draagvlakonderzoek, teneinde aan de in de wet neergelegde draagvlakeis te voldoen
- zonodig nader vorm geven van de bestuursstructuur (ondernemersvereniging of stichting), alsmede van de uitvoeringsorganisatie
- voorbereiden van een verordening BIZ, inclusief financiële verdeelsleutel
- voorbereiden van een raadsvoorstel
- opzetten van een financiële administratie voor ondernemersverenigingen
- daadwerkelijke invoering van (een vorm van) parkmanagement
Meer Informatie
Indien u als gemeente of ondernemersvereniging meer informatie wenst kunt u contact opnemen met Ad van den Berg.
Desgevraagd houden wij u op de hoogte over de vorderingen van de nieuwe wetgeving.
Downloads:

Modelverordening BI-zone
03 juni 2009

Voorbeeld (pdf)
Toelichting (pdf)

Statuten BIZ -Vereniging
23 april 2009

Voorbeeld (pdf)

Experimentenwet BI-zones.
19 maart 2008

Experimentenwet BI-zones. (pdf)
Wet van 19 maart 2009 (pdf)

Nieuwsbrief BGV
28 april 2008

Voorlopige wettekst. (pdf)
Memorie van Toelichting. (pdf)
BGV zone is B.I.Z. geworden (bedrijven Investerings Zone)

De volledige teksten van de Nieuwsbrief BGV kunt u nalezen in bovenstaande PDF formulieren.
Geen Acrobat Reader? Download hier de laatste versie!
Terug naar de website van ParkTrust? Klik hier. |









|
|